_files/image009.gif)
_files/image010.gif)
![]()
![]()
![]()
![]()



![]()
![]()

Deze Hunebed is het op één na grootste hunebed in Nederland en vormt samen met een andere het top-product van de Noord-Nederlandse neolitische hunebedden-bouwkunst. Hij telt 21 zijstenen, 4 sluitstenen en 9 dekstenen, die sinds een restauratie in 1991 weer alle keurig op de draagstenen rusten. Ook de poort is er nog, compleet met 4 zijstenen en 1 deksteen. De Hunebed is een prachtige ring van meer dan 40 kransstenen rijk geweest. Toen Van Giffen in 1918 met het onderzoek begon waren daarvan nog 24 aanwezig. Nu zijn er echter nog maar 10. Waar die 14 andere zijn gebleven is een raadsel. Wat de draag- en dekstenen betreft was het hunebed echter nog compleet. Wel waren alle dekstenen op één na van de draagstenen gegleden. Van Giffen kon er in 1918 zes herplaatsen. Ondanks veel sporen van gewroet in het verleden, trof hij in de vloerlagen een ware overvloed aan aardewerkscherven aan.
Uit de uit duizenden scherven bestaande legpuzzel konden onderzoekers vele honderden (sommige onderzoekers zeggen meer dan 600) potten herleiden. De grootste vondst ooit in enig hunebed gedaan. Het aantal overige voorwerpen was daarentegen bescheiden: drie vuurstenen bijlen, een pijlpunt, een hamerbijl, drie kralen van git en één van barnsteen. In 1945 leek het lot van het hunebed te zijn bezegeld.
De Duitse bezetter eiste afbraak van het monument voor de aanleg van een vliegveld. De afbraak ging door maar de Nederlandse autoriteiten wisten erger te voorkomen: met een dragline werden de meer dan 50 grote en kleinere keien behoedzaam in een 6 meter diepe kuil gedeponeerd. Lang hebben ze daar niet in gelegen. Direct na de oorlog werden ze weer opgegraven en eind 1949 begon de restauratie. In 1950 lag het hunebed er weer bij alsof er niets gebeurd was. Voor sommigen echter is sindsdien "de ziel" van het hunebed er uit.